Zussen Oversteegen probeerden verzetsheldin Schaft te redden

Zussen Oversteegen probeerden verzetsheldin Schaft te redden

De zussen Truus en Freddie Oversteegen hebben geprobeerd om verzetsheldin Hannie Schaft te bevrijden, toen zij gevangen werd door de nazi’s. Dat vertelden ze op 18 april tijdens een bijeenkomst van Helden en Schurken, georganiseerd door Historisch Nieuwsblad en het Verzetsmuseum in Amsterdam, aan NOS-verslaggever Pauline Broekema. ‘We vertrouwden Hannie niet. Tijdens de kennismaking hadden we pistolen onder ons schort verstopt.’

Ze waren respectievelijk veertien en zestien toen de oorlog begon. Dankzij hun politiek bewuste moeder begrepen ze begrippen als fascisme en nazisme. Al eind jaren 30 herbergde de familie Oversteegen vluchtelingen in huis, met name communisten. 

De dag van de Duitse invasie herinneren de zussen zich als een vreemde dag. ‘Boven Haarlem vonden er vuurgevechten plaats. Het was het mooiste weer van de wereld, maar bij ons stond de kachel te branden. De hele dag waren we bezig met het verbranden van boeken en schilderijen, die de Duitsers niet mochten vinden’, herinnert Truus zich. Het verzet van Truus en Freddie begon op kleine schaal. Ze verspreidden volksschriften voor soldaten en brachten onderduikers naar Engeland. ‘We liepen met ze mee, hielden de hand vast en deden lekker gek. Alsof we twee meisjes waren in een normale familie, daardoor vielen we niet zo op.’

Later, in Enschede, ontmoetten ze Hannie Schaft. ‘We waren onze moeder nagereisd maar konden niet bij haar blijven. Daarom werkten we, in ruil voor onderdak, in een ziekenhuis. Op een dag kwam onze tante langs, met een meisje. Ze zei dat ze “ons vriendinnetje had meegenomen.”’ Truus wordt bijgevallen door haar zus. ‘We kenden dit meisje helemaal niet en vertrouwden haar niet. Tijdens de kennismaking hadden we onze pistolen onder ons schort verstopt. Uiteindelijk werd de spanning ons te veel en begonnen we maar te lachen.’ Het vreemde meisje bleek Hannie Schaft te zijn en zou later bevriend raken met de zussen en zich bij hen in het bewapend verzet voegen.

 

Vrouwen in het gewapend verzet

Pauline Broekema vraagt zich af hoeveel vrouwen er in het gewapend verzet zaten. ‘Er zijn niet veel daden bekend,’  aldus Truus, ‘vrouwen waren meer betrokken bij het voorbereiden van de acties, niet de daadwerkelijke daad zelf. De vrouwen die wel in het gewapend verzet zaten, waren extra strijdbaar. Ze deden hun best om een stempel te drukken op het verzet van vrouwen.’ Toen Hannie zich bij de zusjes aansloot, stonden ze als vrouwen sterker. ‘Samen kregen we schietles in een lege aardappelbunker van de “goede” politieagenten, en ook eens bij een tandarts die een kamer had gehuurd. Wij schoten veel beter dan die kerels.’ Freddie lacht bij de laatste herinnering.

De zussen zijn nooit opgepakt, Hannie Schaft wel. Truus en Freddie ondernamen nog een dappere poging om haar te redden, maar die mislukte. Ze kijken met gemengde gevoelens terug op de oorlog. Het werk was gevaarlijk, maar ze zagen het ‘als noodzakelijk om verraders aan te pakken.’ De na-oorlogse periode daarentegen voelde met name voor Truus verschrikkelijk. ‘Het gevoel van saamhorigheid in het verzet is voorbij. Een officiële erkenning van de regering kregen we niet. Die kwam pas jaren later.’

 

Veel valse hoop. De Jodenvervolging in Nederland.
In dit boek vertelt de Duitse historicus Katja Happe de geschiedenis van de Jodenvervolging in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Happe doet dat niet alleen vanuit Nederlands oogpunt, maar plaatst die geschiedenis in internationaal perspectief.