De twee kanten van Pieter Bruegel

Diepe ernst en ongebreidelde luim: de twee kanten van Pieter Bruegel

DOOR:

Wim de Wagt

De schilderijen van Pieter Bruegel bruisen van het leven. Ze zijn zwartgallig, hilarisch en getuigen van veel oog voor detail. Zijn composities wemelen van de morele vermaningen, christelijke boodschappen en volkswijsheden. Tegelijk toont hij mededogen met het menselijk ploeteren en zwoegen. 

Over het leven van Pieter Bruegel de Oude (ca. 1525-1569) is weinig bekend. Zo is om te beginnen al onduidelijk waar hij precies geboren werd – Breda en Bruegel in de Kempenstreek worden het meest genoemd. Hoogstwaarschijnlijk was hij katholiek. Maar wat zijn positie was in de conflicten tussen katholieken en protestanten, tussen de Spaanse koning en de opstandelingen, weten we niet. In elk geval stond hij in hoog aanzien bij opdrachtgevers en machthebbers in heel Europa. Hij was intellectueel ontwikkeld en verkeerde op goede voet met belangrijke humanisten.

Bekend is ook dat de jonge Bruegel, als onderdeel van zijn leertijd, tussen 1551 en 1554 het zuiden van Italië bezocht. Onderweg moeten de Alpen de meeste indruk op hem hebben gemaakt. Hij schetste de bergketens en alpenweiden – en verwerkte die later in veel van zijn schilderijen. Van de Romeinse ruïnes, de Italiaanse renaissancekunst en architectuur is in zijn werk weinig terug te vinden.

Jeroen Bosch

Na zijn studiereis vestigde hij zich in Antwerpen, een voor die tijd grote, kosmopolitische handelsstad, waar de ideeën uit de Renaissance aansloegen onder de elite. Onder invloed van het humanisme begon Bruegel de wereld nauwgezet te observeren en weer te geven. Dit verklaart mede de gedetailleerdheid van zijn schilderijen en zijn grafische werk, waaruit een onlesbare dorst naar volledigheid spreekt. Al heeft in dat opzicht het werk van Jeroen Bosch (ca. 1450-1516) ook invloed op hem gehad.

Pieter Bruegel de Oude (circa 1525-1569), De terugkomst van de jagers 1565, Kunsthistorisches Museum, Wenen

Vervolgens verhuisde Bruegel naar Brussel, waar hij, tussen 1562 en 1569, het merendeel van zijn ruim veertig wereldberoemde schilderijen maakte. Bruegel was de veertig nog maar net gepasseerd toen hij door ziekte overleed. Stel je voor hoe omvangrijk zijn oeuvre was geweest als hij nog twintig jaar had kunnen doorleven en -werken.

Boerenbruiloft

Bruegel geldt als een kunstenaar die de landschapsschilderkunst naar een hoger, naturalistischer plan tilde. Maar wat ook opvalt is dat in zijn landschappen de menselijke bedrijvigheid overheerst. We zien bijvoorbeeld jagers en schaatsenrijders (De terugkomst van de jagers, 1565), oogstende boeren (De hooioogst, 1565), brandschattende soldaten en wrede terechtstellingen (De triomf van de dood, 1561-1562). Zijn dorpsscènes bruisen van de feesten, kermissen, bruiloften, carnavalsoptochten en kroegtaferelen, zoals te zien in De bruiloftsdans (1566) en De boerenbruiloft (1568).

Pieter Bruegel de Oude, De hooioogst 1565, Metropolitan Museum of Art, New York
Pieter Bruegel de Oude, De triomf van de dood, 1561-62, Museo del Prado, Madrid

Vanwege dat laatste type schilderij kreeg hij bijnamen als ‘Pieter de Grappige’ of ‘Boeren Bruegel’. Maar dit zijn veel te eenzijdige etiketten, die zijn diepzinnigheid geen recht doen. Zowel de landschapsschilderijen als de dorpstaferelen waren voor Bruegel in de eerste plaats middelen om allegorieën uit te beelden die existentiële thema’s aan de orde stellen: de cyclus van leven en dood, het menselijk lot, ijdelheid, hoogmoed, vergankelijkheid. Hetzelfde gold voor zijn genrestukken. Het rijtje achter elkaar aan struikelende blinden van De parabel van de blinden (1568) verwijst naar het Bijbelverhaal over de blindheid van de aardse wereld.

Morele vermaningen

Van de kunst uit de Lage Landen in de zestiende en zeventiende eeuw wordt vaak gezegd dat die een breed en divers beeld geeft van de samenleving. Bruegels werk is daar een uitnemend voorbeeld van. Maar noem hem geen realist. Goed, hij stelde zijn schilderijen uit realistische motieven samen. Maar de goede verstaander in zijn tijd ‘las’ in zijn composities morele vermaningen, christelijke boodschappen en volkswijsheden – en voelde zich erdoor aangesproken.

Pieter Bruegel de Oude, De bruiloftsdans, 1566, Detroit Institute of Arts, Detroit
Pieter Bruegel de Oude, De parabel van de blinden 1568, Museo di Capodimont, Napels

Bruegel kon zelfs fotorealistisch te werk gaan in de uitwerking van scènes en details. Ondertussen hebben veel van zijn figuren niets eigens: ze hebben allemaal dezelfde plompe gezichten, dezelfde gezichtsuitdrukking – het lijken wel broertjes en zusjes. Het ging de schilder dan ook om iets hogers: hij componeerde voorstellingen van goed en kwaad, toonde de duistere kanten van de menselijke ziel. De individualiteit van personages was daarbij minder van belang.

Misschien blijkt uit zijn werk wel wie Pieter Bruegel werkelijk was als mens. ‘Hij was een zwijgzame en bedachtzame man,’ schreef de kunstenaarsbiograaf Karel van Mander in 1604. ‘Maar in gezelschap kon hij ook een grote grappenmaker zijn. Hij hield ervan zelfs zijn eigen leerlingen voor de gek te houden.’ We mogen dan niet veel van Bruegels persoonlijk leven weten, maar deze ambiguïteit typeert zijn fenomenale oeuvre in elk geval voortreffelijk: diepe ernst en ongebreidelde luim.

Wim de Wagt is kunsthistoricus en journalist.

Als u hier uw e-mailadres achterlaat, sturen wij dit magazine naar u toe. U kunt het dan op ieder gewenst moment lezen.

Deel dit artikel: