In de coulisse van het Pajottenland

Foto: Luc Bohez

In de coulisse van het Pajottenland 

DOOR

Key Tengeler

Wandeling in de voetsporen van Bruegel 

In de tijd dat Pieter Bruegel in Brussel woonde, van 1563 tot 1569, ontvluchtte hij regelmatig de drukke stad en bezocht hij het glooiende Pajottenland. Dat vormt nu nog een groene ring om het grote Brussel-agglomeraat. Bruegel liet zich inspireren door de boeren, de kerken en de molens, maar vooral door het landschap. Een wandeling in zijn voetsporen.

Het Pajottenland speelt een prominente rol in Bruegels samengestelde ‘wereldlandschappen’. Bruegel schilderde niet ‘naar het leven’, maar componeerde zijn verre uitzichten uit allerlei elementen. In Jagers in de sneeuw is dat goed te zien. Vooraan staan mensen op een heuvel. Achterin, ver weg in de diepte, verrijzen hoge alpenrotsen, die de schilder op zijn reis naar Italië in schetsen al had vastgelegd. In het midden ligt een uitgestrekt glooiend landschap met velden, akkers en rivieren: het Pajottenland.

Jagers in de sneeuw (1565) heeft een voor Bruegel karakteristieke indeling in verschillende landschappen.

Door deze omgeving slingert de wandeling ‘De blik van Bruegel’. Langs de route liggen vijftien ‘interventies’ in het landschap van de hand van kunstenaars en (landschaps)architecten, die ieder op hun manier het bruegelse thema ‘het ge(re)construeerde landschap’ hebben vormgegeven. De interventies vertellen een verhaal over het Pajottenland, de groeiende verstedelijking, het economische gebruik van het land in de samenleving van toen en nu. Ze dwingen de wandelaar op een andere manier naar het landschap te kijken, zoals Bruegel dat deed.

Directe inspiratiebron

Curator Stefan Devoldere, voormalig Vlaams bouwmeester en decaan bij de faculteit voor architectuur en kunst in Hasselt, is verantwoordelijk voor de zeven kilometer lange tocht. Hij zette een route uit van ‘trage wegen’: publieke wandelpaadjes die tussen de velden door en achter de tuinen langs lopen. ‘Ik heb hier weken rondgedwaald en alles wat op een pad leek uitgeprobeerd,’ vertelt hij.

De Sint-Annakerk (©Sophie Nuytten) is nog steeds goed herkenbaar op De parabel der blinden. Alleen de uitbouw is veranderd.

De start is bij de Sint-Annakerk in Sint-Anna-Pede, een directe inspiratiebron voor Bruegel die terug te zien is op De parabel der blinden (1568). Ze is net als  de watermolen van Sint-Gertrudis-Pede een fysieke getuige van Bruegels aanwezigheid in het Pajottenland. Al wordt er volgens Stefan nog steeds gediscussieerd over de vraag of de molen daadwerkelijk op Bruegels De terugkeer van de kudde (1565) en De ekster op de galg (1568) staat. 

Was de watermolen van Sint-Gertrudis-Pede (©Ekkow Photography) de inspiratie voor de molen op De ekster op de galg?

Oernatuur

Zoals alle jonge kunstenaars in zijn tijd reisde Bruegel naar Italië. Onderweg maakten de Alpen een blijvende indruk. Filip Dujardin zette daarom een rots midden op een heuvel, een fotorealistische afbeelding die niet van echt te onderscheiden is. Je loopt het onmogelijke Bruegel-landschap binnen. 

Via een app luisteren we naar het bijbehorende verhaal van theatermaker Josse De Pauw. Hij vertelt over ‘de kleine wildheid’ van België: de rots van Dinant, de watervallen van Coo. In vergelijking met een alpenrots is dit geen indrukwekkend natuurgeweld, maar voor de jonge Josse stonden zij voor spanning en avontuur. Kun je nagaan welke indruk een échte alpenrots maakte op iemand met zo’n sterke verbeeldingskracht als Pieter Bruegel! Dan is het niet gek dat hij zijn schilderijen keer op keer sierde met die oernatuur uit Noord-Italië.

Het imaginaire landschap van Bruegel in het echt met Artefact 2 van Filip Dujardin. ©Michiel De Cleene

Bouwwoede op de hak

We lopen verder, telkens langs afbakeningen in de open ruimte. Links een heg, rechts een hek. Links prikkeldraad, rechts een populierenrij langs de akker. ‘Dat is het karakteristieke coulisselandschap van het Pajottenland,’ vertelt Stefan. ‘De heuvels en weiden lijken verdeeld in allerlei “kamers”, omzoomd door bomenrijen, heggen en struiken. Bruegel maakte in zijn schilderijen dankbaar gebruik van de perspectieflijnen die bomen en struiken konden bieden.’

Maar de heggen langs het groeiend aantal villa’s zijn nieuw. De stad strekt zijn gretige vingers uit naar het platteland. Het Brussels ontwerperscollectief Rotor neemt die verstedelijking op de hak. Hun bezoekerspaviljoen ligt verschanst achter een 4 meter hoge en 25 meter lange haag. Toch is er ruimte voor een open blik. Je kunt er een trapje op klimmen en neerkijken op de glooiende heuvels met heggen en huizen, en op de Sint-Annakerk. 

Het bezoekerspaviljoen van Rotor lijkt niet erg uitnodigend. En dat is nu juist de bedoeling. ©Rotor

Ontwerpbureau OFFICE KGDVS en fotograaf Bas Princen borduren verder op het thema verstedelijking. Zij bliezen De toren van Babel (1563) nieuw leven in als symbool voor de menselijke bouwwoede. Midden in een dichtbebost perceel – een aangeplant bos – blinkt een cirkelvormige rail van grijs aluminium. Aan de rail hangen gordijnen met enorm uitvergrote details van Bruegels schilderij van de toren. De grens tussen verstedelijking en natuur vervaagt.

Bouwwoede midden in een bos. Verbeeldt Model for a Tower van OFFICE KGDVS en Bas Princen dezelfde hoogmoed als Bruegels De toren van Babel? ©Bas Princen

Terug naar de oorsprong?

Achter de molen van Sint-Gertrudis-Pede stelt beeldend kunstenaar Lois Weinberger de vraag wat in de strijd tussen stad en land nou eigenlijk oorspronkelijk is. In een bevreemdende bak gemaakt van acht deuren biedt hij onkruid ruimte om te groeien. In de bak ligt aarde. Verder niks. Dat staat in schril contrast met de idyllische watertjes aan weerszijden en de oude bierbrouwerij op de achtergrond – landschap dat enkele jaren geleden ‘naar oorspronkelijke staat’ is teruggebracht. Maar hoe oorspronkelijk is die gemaakte natuur?

Met Garten stelt Lois Weinberger de vraag wat een ‘oorspronkelijk landschap’ is. ©Sophie Nuytten

Ook Erik Dhont stelt die vraag. Hij heeft een stukje Bruegels landschap gereconstrueerd direct naast spoorwegviaduct De Zeventien Bruggen. Een beek zoals die op Bruegels schilderijen krijgt hier even de vrije loop in een kronkelend decor van steile en zachte oevers. Is dit dan ‘authentiek’ landschap?

Het Pajottenbeekje van Erik Dhont stroomt langs een massief spoorwegviaduct. ©Michiel De Cleene

We lopen langs een weelderige tuin vol fonteintjes, beeldjes en exotische planten. ‘Ook een samengesteld landschap,’ merkt Stefan lachend op. Ik kijk om me heen. Ja, overal leven we in een samengesteld landschap. En met de elementen die wij kiezen maken we een harmonieus plekje voor onszelf. Dat had Bruegel goed begrepen.

Key Tengeler is historicus.

‘De blik van Bruegel’

Deze wandeling van zeven kilometer door het Pajottenlandschap van de gemeente Dilbeek haalt Bruegel naar de eenentwintigste eeuw. Tot 31 oktober 2019 in het kader van het Bruegel-jaar. Er loopt ook een fietsroute (45 km) door Dilbeek langs negentien reproducties van Bruegels schilderijen. Info: toerismedilbeek.be.

Als u hier uw e-mailadres achterlaat, sturen wij dit magazine naar u toe. U kunt het dan op ieder gewenst moment lezen.