Dorst in de tijd van Bruegel

Dorst in de tijd van Bruegel 

DOOR:

Mariëlla Beukers

Boeren die eten en drinken –  het is misschien wel het eerste waar we aan denken als we het over de werken van Pieter Bruegel de Oude hebben. Zijn Boerenbruiloft toont een groot gezelschap in een herberg, dat zich te goed doet aan schalen pap, stukken brood en kroezen bier. Bier was destijds enorm populair, maar de drankenkaart was rijker dan het lichte bier dat tijdens deze bruiloft geschonken werd.

Pieter Bruegel de Oude (circa 1525-1569), De boerenbruiloft 1567-68, Kunsthistorisches Museum, Wenen.

Biersoorten

Bier was in de zestiende eeuw voor de gewone bevolking van Vlaanderen de belangrijkste drank. Het was betaalbaarder dan wijn en bevatte bovendien minder alcohol. Je kon er dus in korte tijd meer van drinken. Tijdens zo’n bruiloft als op Bruegels schilderij zal er niet het allerbeste, zware en donkere bier geschonken zijn, maar de wat goedkopere kwaliteiten, die bovendien lichter van kleur waren.

Het mandement van Bacchus, een spottekst geschreven in Antwerpen in 1580, noemt dertig verschillende bieren uit diverse steden in de Lage Landen en daarbuiten. Jopen, ostersen, momme en homborgen waren bijvoorbeeld bieren uit Duitsland of het oosten van de Lage Landen. Engels bier was er ook, en bier uit Vlaanderen en Brabant. Dat de Lage Landen zoveel verschillende soorten bier kenden, viel ook buiten de grenzen op. De Spaanse soldaat Alonso Vásquez schreef aan het begin van de Tachtigjarige Oorlog: ‘Bier wordt in deze streken gedronken als wijn. Er is verschil van soort, sterkere en lichtere…’

Sint-Maarten

Vásquez maakte een vergelijking tussen bier en wijn. Wijn was inderdaad de andere drank die voor veel plezier en levendigheid zorgde in de zestiende eeuw. Dat is goed te zien op een ander schilderij van Bruegel, waarop de komst van de nieuwe wijn centraal staat.

Pieter Bruegel de Oude, De Wijn van het Sint-Maartensfeest 1565-1568, Museo del Prado, Madrid.

Rondom een groot houten vat krioelen de armen en minder bedeelden, die allemaal een aardewerken schaal of kruik ophouden. Een enkeling lijkt een tinnen kroes in handen te hebben. Hoewel het niet te zien is, moet ergens uit het vat een straaltje wijn komen, want op sommige plaatsen zie je vloeistof in een opgeheven schaal stromen.

Rechts in de hoek zit een man op een wit paard. Het is Sint-Maarten, de heilige Martinus van Tours, over wie tal van wijngerelateerde legenden de ronde deden. Maar veel belangrijker nog: rond de feestdag van Sint-Maarten, 11 november, werd jaarlijks de gistende most tot wijn verklaard, en mocht de drank verkocht worden. De handelsschepen die de wijn vanuit Frankrijk via Antwerpen naar de Lage Landen haalden, maakten er elk jaar een sport van om als eerste de wijn van de nieuwe oogst te leveren. Meestal gebeurde dat rondom Sint-Maarten, een dag waarop er dus volop gefeest kon worden.

Of de schooiers die Bruegel hier afbeeldt op andere momenten van het jaar van een beker wijn konden genieten, valt nog maar te bezien. Wijn bleef namelijk altijd duurder dan bier.

Dure wijnen

Voor wie zich regelmatig wijn kon veroorloven, was er ruime keus: Het mandement van Bacchus noemt 32 verschillende soorten in 1580. Bekendst en vaak ook het duurst was de rijnwijn, een witte wijn van de hellingen van de Rijn en de Moezel, aangevoerd over de rivieren of met paard-en-wagen vanuit Keulen. Wijnen die uit Frankrijk kwamen, via uitvoerhavens als La Rochelle, Nantes en Bordeaux, waren veel goedkoper. Van de Franse wijngaarden was er onder andere petou of petauwe, uit Poitou, of garscoense, uit Gascogne. De petou was er in zowel rood als wit, de garscoense was meestal rood.

De crème de la crème waren echter de dure zoete wijnen uit Griekenland, malvezij en romenie. Deze wijnen trof je  aan de tafels van de stadsbesturen en van de hoven van de adel. Ze werden bijvoorbeeld geschonken in 1533, aan het Brusselse hof van Willem van Oranje. Maar ze kwamen ook voor in de Antwerpse kroegen die in Het mandement van Bacchus staan beschreven. In Bruegels tijd kwam de malvezij overigens niet alleen meer uit Griekenland, maar ook uit Spanje, of van het eiland Madeira of de Canarische eilanden, waar dergelijke wijnen goedkoper en makkelijker gehaald konden worden.

Hypocras

Wilde je je gasten echt het allerbeste en duurste voorzetten, dan was er nog hypocras, een wijn gekruid met specerijen en gezoet met suiker of honing. Het oudste kookboekje uit de Nederlanden, gedrukt bij Thomas van de Noot in Brussel rond 1514, geeft een recept:

Om te maken eenen stoop goeden finen ypocras
Soe neempt eenen stoop witten wijn ende een halve pinte. Dan neempt van desen wine eenen croes. Dyen maect wel werm. Daerin suldi wel minghelen met eenen lepele vijf onchen bruyn suyckers. Neempt uutghelesenen finen caneel viere onchen ende een halve, witten ghimber een vierendeel, greyne [kardemom], ghalygaen [galanga], coliander [coriander], calani aromatice [kalmoes], elcx vier greynen. Hyeraf [hiervan] maect poeder ende dat ghiet doer den sack [filterzak], ghelijck men den clareyt doet.

Bron: kookhistorie.nl

Hypocras werd gedronken bij het zoete banket, de laatste gang van een diner, zoals tijdens een feest dat landvoogdes Maria van Hongarije gaf in haar kasteel in Binche in 1549. Van dat feest is een fraaie afbeelding overgeleverd, waarop te zien is hoe de hypocras uit fonteinen aan de wand stroomt. Wel even wat anders dan het feest van het ‘volk’ op de Boerenbruiloft van Bruegel. Kijk vooral ook even naar de achterwand, waar via een ingenieus systeem tal van gerechten aan de gasten worden gepresenteerd!

De betoverde zaal van het kasteel van Binche, detail, tekening van onbekende kunstenaar, Koninklijke Bibliotheek Brussel.

Drank anno 2019

De Belgische biercultuur is tegenwoordig bijna spreekwoordelijk. Bier vormt in België net als in de tijd van Bruegel een belangrijk onderdeel van de uitgaanscultuur, natuurlijk ook dankzij de talrijke sfeervolle cafés. In Brugge vind je het oudste café van het land, Vlissinghe, in bedrijf sinds 1515. Wie meer wil lezen over die oude cafés: Regula Ysewijn schreef er een mooi boek over, Authentiek Belgische cafés (2016).

Moderne wijn heeft België ook. Maar terwijl het lokale bier toen én nu hoog werd gewaardeerd, stond de lokale wijn in de zestiende eeuw in de hiërarchie van de wijnen onder aan de ladder. Wie toen een pot Leuvense wijn kocht, kreeg een zuur goedje dat niet erg werd gewaardeerd. Tegenwoordig is dat wel anders. Sinds de laatste decennia van de twintigste eeuw maken tal van Belgische wijngaarden uitstekende wijnen. Een grote naam hebben de mousserende wijnen, waaronder die van Aldeneyck, Genoels Elderen en Schorpion. Antwerpen kent zelfs een wijnbar uitsluitend gevuld met wijn van eigen bodem, Belgian Wines.

Mariëlla Beukers is historicus en vinoloog, en publiceert regelmatig over de geschiedenis van wijn. Recent verscheen haar boek Wijnkronieken. Twintig eeuwen Nederlanders en wijn (2018).

Als u hier uw e-mailadres achterlaat, sturen wij dit magazine naar u toe. U kunt het dan op ieder gewenst moment lezen.

Deel dit artikel: